Weetjes

Geschiedenis

basketballBasketbal is één van de weinige sporten die uit het niets werden uitgevonden. Dat gebeurde in 1891 door James Naismith, die als sportleraar werkte aan de Young Men’s Christian Association (YMCA) in Springfield, (Massachusetts). Zijn bedoeling was een intensieve sport uit te vinden die door buitensporters beoefend kon worden tijdens de wintermaanden. Het basketbal vond meteen een grote aanhang en verspreidde zich snel over de hele Verenigde Staten.Gedurende de jaren ’20 van de twintigste eeuw ontstonden over heel Amerika professionele ploegen. De organisatiegraad was echter niet hoog. Competities en ploegen verschenen en verdwenen, spelers veranderden op regelmatige basis van ploeg. De wedstrijden gingen meestal door in schuren of in danszalen. Het is pas in 1949 dat met de oprichting van de National Basketball Association (NBA) een eerste echt standvastige competitie ontstaat.Basketbal werd voor het eerst opgenomen in het programma van de Olympische Spelen in 1936, hoewel het in 1904 al eens beoefend werd in het demonstratieprogramma. De Verenigde Staten zijn altijd de dominante ploeg geweest. Enkel in München (1972 Sovjet-Unie), Moskou (1980 Joegoslavië), Seoel (1988 Sovjet-Unie) en Athene (2004 Argentinië) slaagden ze er niet in de Olympische titel te behalen. Het Dream Team (1992) en zijn opvolgers herstelden het Amerikaanse overwicht, maar ondanks de vele NBA-spelers won de Verenigde Staten ‘slechts’ brons in 2004.Sinds 1950 worden er voor de mannen wereldkampioenschappen georganiseerd. Ook hier zijn de dominante naties de Verenigde Staten, Joegoslavië en de Sovjet-Unie. Enkel in de beginperiode tot 1963 konden Zuid-Amerikaanse landen als Argentinië en vooral Brazilië daar iets aan wijzigen.Ook in het vrouwenbasketbal zijn de Verenigde Staten (Olympische Spelen) en de Sovjet-Unie (wereldkampioenschappen) gedurende decennia de dominante ploegen geweest. Belangrijk voor de evolutie van het vrouwenbasketbal is de oprichting van de Women’s National Basketball Association (WNBA) geweest. Profiterend van de professionele structuur van grote broer NBA werd het vrouwenbasketbal grondig geprofessionaliseerd.

De vijf standaard posities

Het moderne basketbal kent een vijftal standaardposities:

Centercentre

De center (hieraan wordt gerefereerd als de ‘nummer vijf’-positie) is doorgaans de langste speler van een basketbalteam, zijn lengte gaat vaak gepaard met een aanzienlijk gewicht en kracht. Een gemiddelde NBA-center is langer dan 2,08 meter. De traditionele rol van de center is om in de buurt van de basket te scoren en de tegenstander hiervan te weerhouden. Een center die lengte combineert met atletisch vermogen en technische vaardigheden kan van een onovertroffen toegevoegde waarde voor een team zijn. Er bestaat enige controverse over wat nu een ‘echte center’ is, vaak woedt de discussie of iemand nu een center of een power forward is. Huidige dominante centers in de NBA zijn Yao Ming, Ben Wallace, Jamaal Magloire, Amare Stoudemire, Brad Miller, Shaquille O’Neal, Alonzo Mourning, Žydrunas Ilgauskas, Marcus Camby, Zaza Patsjoelia, Eddy Curry, Greg Oden en Nenad Krstic. Tot de beste center uit de historie van de NBA behoren George Mikan, Bill Russell, Wilt Chamberlain, Nate Thurmond, Willis Reed, Wes Unseld, Kareem Abdul-Jabbar, Bill Walton, Moses Malone, Robert Parish, David Robinson, Hakeem Olajuwon, Patrick Ewing en Dikembe Mutombo. Noemenswaardige Europese centers waren Vlade Divac, Rik Smits, Arvydas Sabonis en Dino Meneghin.

Power-forward

power_forwardDe power-forward (de ‘nummer vier’-positie) deelt in zijn rol bepaalde taken met de center. De power-forward speelt in aanvallend opzicht met zijn rug naar de basket. In verdedigend opzicht speelt hij in een zoneverdediging, of tegen de power-forward van de tegenpartij in een man-tot-man verdediging. Een typische power-forward is een van de langste spelers op het veld, niet zo lang als de center, maar vaak steviger gebouwd. Een power-forward wordt verwacht rebounds te pakken en scoort de meeste van zijn punten binnen een tweetal meters van de basket, eerder dan via afstandsschoten. De power-forward vormt een indrukwekkende verschijning op het veld, maar het is de center die de meeste schoten blokt en de meer intimiderende rol op zich neemt. In de NBA is een gemiddelde power-forward 2,03-2,12 meter lang en weegt 100-120 kg. Vaak neemt de power-forward in bepaalde spelsituaties de rol van center op zich, in het bijzonder wanneer het een team ontbreekt aan een langere speler. Noemenswaardige power-forwards die momenteel in de NBA spelen zijn Chris Bosh, Rasheed Wallace, Kevin Garnett, Tim Duncan, Dirk Nowitzki, Carlos Boozer, en Elton Brand. Bekende power-forwards uit het verleden zijn Bob Pettit, Elgin Baylor, Jerry Lucas, Dave DeBusschere, Elvin Hayes, Kevin McHale, Charles Barkley, Dennis Rodman en Karl Malone. Rodman en Barkley voldeden met hun 1,98 m niet aan het stereotype van de power-forward, maar waren desalniettemin zeer succesvol op deze positie.

Small-forward

small_forwardDe small forward (de ‘nummer drie’-positie) is doorgaans ietwat minder lang, minder zwaar en sneller en atletischer dan de power-forward. De small-forward positie wordt door de aard van zijn rol aangemerkt als waarschijnlijk de meest veelzijdige van de vijf standaard basketbalposities. De meeste small-forwards zijn 1,95-2,10 m lang. Zijn belangrijkste taak is het scoren van punten, na de center en de power-forward is hij als derde verantwoordelijk voor het rebounden. Enkele small-forwards beschikken over een meer dan uitstekende passing. De small-forward is de minst stereotype speler, sommige spelers op deze positie scoren hun punten veelal van afstand en anderen hebben meer de neiging om de basket op te zoeken. Een rol van de small-forward is het afdwingen van persoonlijke fouten van de tegenstander. Een onontbeerlijke kwaliteit van de small-forward is zijn schot, hij scoort veel van zijn punten vanaf de vrijeworplijn. De veelzijdige small-forward speelt een belangrijke rol in de verdediging, zij die tekortschieten op aanvallend vlak, compenseren dit vaak ruimschoots in verdedigend opzicht. Noemenswaardige NBA small-forwards die momenteel in de NBA actief zijn, zijn LeBron James,Ron Artest, Rashard Lewis, Carmelo Anthony, Grant Hill, Morris Peterson (die soms ook de rol van shooting-guard vervult), Lamar Odom, Peja Stojakovic, Bobby Simmons, Tayshaun Prince, Shawn Marion, Gerald Wallace, Paul Pierce,James Posey, Bruce Bowen, Andrei Kirilenko, Josh Howard, Richard Jefferson en Tracy McGrady. Tot de bekendste small-forwards uit het verleden behoren Elgin Baylor, Rick Barry, Julius Erving, Larry Bird, James Worthy, Dominique Wilkins en Scottie Pippen.

Shooting-guardsitebshooting_guard

Shooting-guards (de ‘nummer twee’-positie) zijn doorgaans minder lang, lichter, atletischer en sneller dan small-forwards. Zijn belangrijkste taak is het scoren van punten. Hoewel eigenlijk een taak van de point-guard, brengt de shooting-guard vaak de bal over de middenlijn. Deze guards combineren de taak van shooting en van point-guard en staan te boek als ‘combo-guards’. Een speler die de rol van small-forward en shooting-guard afwisselt, is bekend als een ‘swingman’. De shooting-guard is meestal langer dan de point-guard en meet om en nabij de 2 m. Minder lange spelers spelen vaak ook op deze positie, waaronder Allen Iverson. De shooting-guard is vaak de beste schutter van het team, iets dat hem niet belet om zich een weg richting de basket te banen. De bekendste shooting-guards uit de huidige NBA zijn Kobe Bryant, Vince Carter, Manu Ginobili, Richard Hamilton, Ray Allen, Michael Redd en Dwyane Wade. Clyde Drexler, George Gervin, Hal Greer, John Havlicek, Sam Jones, Pete Maravich, Earl Monroe, Mitch Richmond, Bill Sharman, Allan Houston, Michael Jordan, en Jerry West zijn bekende shooting-guards uit het verleden.

Point-guard

point_guardDe point-guard (de ‘nummer een’-positie) is veelal de kleinste speler op het veld, met als noemenswaardige uitzondering Earvin ‘Magic’ Johnson. De positie van point-guard is wellicht de meeste specialistische van de vijf. De point-guard vervult een spilfunctie en zet de lijnen uit. In essentie is zijn rol de aanval van zijn team te leiden door het controleren van de bal en deze op het juiste moment aan een teamspeler toe te spelen. Bovenal is hij een verlengstuk van zijn coach in het veld en dient diens strijdplan te begrijpen en uit te voeren. De point-guard is de speler met het meeste tactisch inzicht en vernuft en moet in alle situaties, met name in het geval van een ‘fast-break’, snel kunnen handelen. De rol van de point-guard is vergelijkbaar met die van de middenvelder bij het voetbal en de quarterback uit het American Football. De point-guard dient van zich te doen spreken, hij instrueert zijn teamspelers en gaat als eerste met de leidsmannen in discussie in het geval van een twijfelachtige beslissing. Hij moet te allen tijde op de hoogte zijn van de schotklok, de resterende wedstrijdtijd, de tussenstand, het aantal time-outs van beide teams en de foutenlast van zijn eigen team en de tegenspeler. Meer lengte wordt als een surplus beschouwd, maar is ondergeschikt aan spelinzicht en technische vaardigheid. Elke aanval begint bij de point-guard, hierom is zijn passing, balbehandeling en spelvisie cruciaal. De point-guard wordt veelal op het aantal assists beoordeeld, eerder dan op zijn scorend vermogen. Ondanks dit, dient een point-guard te beschikken over een redelijk (sprong)schot. Er zijn vele noemenswaardige point-guards actief in de NBA: Steve Nash, Gary Payton, Chris Paul, Smush Parker, Tony Parker, Jason Kidd, Jason Terry, Mike Bibby, Baron Davis, Chauncey Billups, Stephon Marbury, Steve Francis, Deron Williams, Kirk Hinrich en Gilbert Arenas zijn enkelen van hen. Point-guards uit het verleden zijn Bob Cousy, Lenny Wilkens, Walt Frazier, Nate Archibald, Magic Johnson, Isiah Thomas en John Stockton. Een andere groot point-guard uit het verleden, Oscar Robertson, combineerde de vaardigheden van een point-guard met die van een small forward, waarmee hij een van de eerste zogenaamde point forwards werd, een rol die ook Scottie Pippen vervulde.

Uitleg van basketbalterminologie

Fouten en overtredingen

Tijdens een basketbalwedstrijd kunnen zowel fouten als overtredingen worden gemaakt. Beide zijn het gevolg van een inbreuk op de regels. Het verschil tussen fouten en overtredingen is dat fouten op het wedstrijdformulier worden genoteerd op naam van een speler, coach of ploegbegeleider. Daarnaast is een fout een inbreuk op regels waarbij het gaat om ongeoorloofd persoonlijk contact of onsportief gedrag.
Voorbeelden van overtredingen zijn: een uitbal, ‘second dribble’, ‘lopen’, voetbal of bal stompen, terugspelen op eigen helft of 3-seconden in het beperkt gebied.
Voorbeelden van fouten zijn: duwen, ongeoorloofd gebruik van de handen, schelden of ongeoorloofd commentaar.

Loopovertreding

Een loopovertreding wordt gefloten wanneer een speler ofwel…

  • loopt zonder te dribbelen
  • Eerst één of meer stappen zet en dan begint te dribbelen.
  • Als er tijdens de lay- up drie of meer stappen zijn gezet.

Pivotvoet

_40726246_pivot_animWanneer een speler met de bal in de hand één van beide voeten optilt/verplaatst, wordt automatisch de andere voet de pivotvoet. De pivotvoet moet de speler aan de grond houden zolang de bal in de handen wordt vastgehouden. Op deze pivotvoet mag de speler wel ronddraaien (pivoteren), zolang deze voet op dezelfde positie op het veld blijft.
De pivotvoet mag worden opgetild tijdens het passen of schieten, maar deze voet mag de grond niet raken voordat de bal de handen van de speler heeft verlaten. Nadat de bal bij het dribbelen de grond heeft geraakt of nadat een speler de bal kwijt is geraakt, zijn de beperkingen van de pivotvoet niet langer van toepassing.
Wanneer de beperkingen van de pivotvoet worden overtreden, is sprake van een loopovertreding.

Second dribble

Het is niet toegelaten om te dribbelen, te stoppen met dribbelen door de bal in een of twee handen te nemen, en dan nogmaals te dribbelen. Dit wordt second dribbel genoemd.

Charge (aanvallende fout)

Een charge wordt gefloten als de aanvaller fysiek contact maakt met de verdediger terwijl deze verdediger niet beweegt.

Block

block

 

 

Een speler kan geblockt worden bij het schieten. Dit is GEEN fout zolang de verdediger op de bal slaat, en niet op de handen of armen.
Een speler kan tijdens Lay – Up worden tegengehouden. Dit is bijna altijd fout, tenzij je voor de speler staat. Dan geldt de zin hierboven.

Lay – Up

 

Lay-up-animation

LayUpEen Lay – Up is een beweging, en moet uitgevoerd worden door te dribbelen, twee stappen te zetten en de bal in de basket te gooien.

Reverse Lay – Up

Een Reverse Lay – Up is ook een beweging, maar een andere versie dan de Lay – Up. Een Reverse Lay – Up wordt uitgevoerd door één stap achter de basket te zetten, en dan een tweede, korte stap te zetten naar het veld. Met een korte stap kan de speler gemakkelijk omhoog, steekt zijn arm uit en draait zijn lichaam. In de volksmond wordt dit ook wel eens een ‘ Lay – Back ‘ genoemd, maar de ‘officiële’ naam is Reverse Lay – Up.

Shot

_40726606_set_shot_animHet shot is een aparte beweging en moet heel erg precies uitgevoerd worden. Gooien zoals in het korfbal is helemaal fout. De bedoeling is dat je deze regels volgt, hoewel die niet altijd toegepast worden:
Als je rechts bent, zet je je rechterhand op de bal. Je houdt hem op de hoogte van je schouder, ongeveer 30 cm ervandaan. Je zorgt ervoor dat je arm een L – vorm heeft, dus een hoek van 90 graden vormt. Je brengt je linkerhand naar de zijkant van de bal, en vormt met de twee duimen een T. Je buigt door de knieën en je steekt het zitvlak naar achteren. Nu heb je een goede shotpocket en ben je klaar om je shot uit te voeren. Je strekt je rechterarm volledig uit, en naar het einde toe ga je je begeleidingshand wegtrekken. Bij een perfect shot moet de bal naar achteren spinnen in de lucht. Als hij op de grond valt en naar jou terug bounced, heb je ongeveer een perfect shot. Dit zijn nog maar enkele basisregels voor basketbal.

Backdoor

1

Hiervoor heb je meerdere spelers nodig. Jij hebt de bal, en je medespeler niet. Je medespeler loopt naar buiten maakt een schijnbeweging dat hij/zij de bal daar wilt krijgen. Versnelt dan naar binnen, achter de rug van de tegenstander, en krijgt een pass van degene die die bal heeft en maakt het af met een lay-up.

Pass

_40726816_chestpass_anim

Een pass lijkt simpel te zijn, maar er zijn verschillende soorten passes. Er zijn de borstpasses, de bouncepasses, de bovenhandse passes, de onderhandse passes, de overheadpass, enz.

 

 

 

 

 

 

_40726976_bounce_pass_anim

 

Een bounce – en borstpass wordt uitgevoerd door beide handen aan de zijkanten van de bal te plaatsen. Je strekt de armen, en als de bal weg is moeten je twee polsen naar de buitenkant staat.

 

 

 

 

 

Bovenhands passes en onderhandse passes gebeuren met één hand.

Give ’n Go. De speler past naar een speler naast hem. Hij snijdt door naar het doel en vraagt om de bal. Hij krijgt de bal en maakt een Lay – Up. Deze hele beweging heeft men één naam gegeven: Give and Go. Wordt meestal uitgesproken Give ’n Go.

Bounce pass: is een bal via de grond naar de andere medespeler als je fanatiek verdedigd wordt.

_40726904_overhead_pass_animBij de overheadpass heb je beide handen aan de bal, boven je hoofd, en pass je de bal als een soort inworpbeweging, bij voetbal, naar je medespeler/ster.

Dribbelen

Beweging met de bal. Stuiteren en lopen met de bal.

_40726326_dribble_anim

Persoonlijke fout

Dit type fout komt het meeste voor in een wedstrijd en wordt toegekend aan een veldspeler die zich schuldig maakt aan illegaal verdedigen, duwen, ongeoorloofd gebruik van de handen etc. Een persoonlijke fout wordt ook wel een ‘P’ genoemd. Een speler met 5 persoonlijke fouten moet worden gewisseld en wordt daarbij uitgesloten van deelname aan de rest van de wedstrijd.

Technische fout

Wanneer de spelers op of naast het veld, dan wel de coach onverantwoord gedrag vertoont tegenover het publiek, zijn tegenstanders, de jurytafel of de scheidsrechters. Onverantwoord gedrag kan worden uitgelegd als herhaald commentaar op de wedstrijdleiding of het gebruiken van obscene taal en/of gebaren.

Onsportieve fout

Een fout die zeer onsportief is en meestal wordt gemaakt op een speler die alleen op de basket afgaat. Wanneer men 2 onsportieve fouten heeft wordt men uitgesloten. Dan mag de speler de wedstrijd niet meer bijwonen en moet hij in de kleedkamer of buiten het gebouw wachten tot het eindsignaal van de wedstrijd. De straf na de wedstrijd bij twee onsportieve fouten is hetzelfde als bij een diskwalificerende fout: een boete en een schorsing.

Diskwalificerende fout

Deze fout komt maar heel zelden voor. Als je deze fout krijgt moet je direct het veld verlaten en mag je de rest van de wedstrijd ook niet meer meedoen ongeacht de hoeveelste fout het ook is. Hierbij volgt ook een boete en een schorsing. Deze duur van deze schorsing hangt af van de fout.

And1

Van een And1 spreekt men in de Amerikaanse basketwereld wanneer iemand scoort, een fout meekrijgt, en vervolgens een vrijworp krijgt toegewezen. And1 is ook de naam van een basketbal kleding/schoenen merk.

Bron

Met dank aan BV Lisse !