![]() |
|
|
|
Samenvatting van de belangrijkste spelregelwijzigingen (ingang 1 september 2004)
Iedere ploeg mag uit maximaal twaalf (12) speelgerechtigde leden bestaan, inclusief de aanvoerder . Dit betekent dat er 12 spelers aan de wedstrijd mogen deelnemen. Er vindt slechts één sprongbal plaats en wel bij aanvang eerste (1 e ) periode . Bij de overige periodes De thuisploeg is de beschikking over ‘ bank' en ‘basket' ter linkerzijde van de jurytafel toegewezen. In onderling overleg kunnen de ploegen een andere verdeling overeenkomen. Vervangingen - Een ‘wisselgelegenheid' voor de niet-scorende ploeg begint na een geslaagde veldscore in de laatste twee (2) minuten van het vierde (4 e ) kwart of in de laatste twee (2) minuten van elke verlenging. Indien een vervanging te lang duurt , dan… Interpretaties: - daar het nu voor beide teams is toegestaan na een overtreding te wisselen, is dat ook van toepassing na een overtreding begaan door de nemer van de vrije worp bij de laatste of enige vrije worp. (Na een geslaagde laatste vrije worp mag nog steeds alleen de schutter vervangen worden en desgewenst mag de andere ploeg dan ook één (1) speler wisselen.) Een stilstaande speler die de bal tegen bord aangooit en deze vervolgens opvangt, heeft gedribbeld . Een speler die een dribbel beëindigt, hetzij in beweging of tot stilstand is gekomen, mag de bal niet tegen het bord aangooien en weer opvangen (‘second dribble'). Het tellen van de drie seconden neemt een aanvang, indien de ploeg die aanvalt, controle heeft over een ‘levende bal' op de ‘ aanvalshelft' . Het tellen van de acht seconden wordt onderbroken en na balinname door dezelfde ploeg hervat, indien er sprake is geweest van:
Opgelet: Het tellen van de acht seconden dient door de scheidsrechter te geschieden. Het aantal door hem getelde seconden gaat boven de weergave op de 24-secondenklok . Indien de bal het bord raakt of de ring mist, nadat het 24-secondensignaal heeft geklonken, wordt de wedstrijd niet onderbroken, indien een tegenstander rechtstreeks en ondubbelzinnig in het bezit van de bal komt. Nadat de bal bij een doelpoging de ring geraakt heeft , nadat het eindsignaal heeft geklonken , mag deze niet door enige speler worden aangeraakt , zolang de bal de mogelijkheid heeft door de basket te kunnen gaan. Een speler met twee (2) ‘onsportieve fouten' dient te worden gediskwalificeerd . Bij een technische fout van een speler is de straf: twee (2) vrije worpen en balbezit middenlijn of twee (2) vrije worpen gevolgd door een ‘sprongbal' (bij aanvang wedstrijd). De tijdwaarnemer dient de onderbreking van de wedstrijd als volgt vast te stellen: Het signaal van de 24-secondenoprator stopt de wedstrijdklok niet , noch maakt het ‘ de bal dood' , tenzij een ploeg ‘balbezit' heeft. |